Column 1
De heer N. studeert al vele jaren pedagogiek (onderwijskunde). Dat hij zo lang over zijn studie doet heeft
verschillende oorzaken, zoals een baan als hoofd van een twintigklassige lagere school, zijn grote
aandacht en liefde voor zijn gezin, de overgang van de studie van pedagogische naar onderwijskundige
sferen en de veelvuldige wisseling van ambtenaren (studieleiders). Dit laatste houdt natuurlijk ook
verband met het feit dat hij er zo lang over doet.
De voornaamste oorzaak echter van de droeve omstandigheid dat hij zich nog steeds met de organisatorische
kanten van de opvoeding van en het onderwijs aan zes- tot twaalfjarigen bezighoudt in plaats van met het
veel hogere werk aan bijvoorbeeld een begeleidingsdienst, is het gekozen scriptie-onderwerp.
Alle acht verplichte tentamens heeft N. al met succes afgelegd. Weliswaar met de lage frequentie van één
in de drie jaar, maar hij heeft het toch klaargespeeld.
Alleen die scriptie… Reeds ruim twintig jaar houdt hij zich daarmee bezig! In een soort concentrische
leergang als het ware. 't Ja, een gebrek aan wetenschappelijke rechtlijnigheid kan N. eigenlijk wel
verweten worden. Daar komt bij dat hij in zijn studie een consciëntie ten aanzien van het kind aan de dag
legt - waarschijnlijk omdat hij in zijn school alleen nog maar met collega's en autoriteiten te maken
heeft - die een onderwijskundig-wetenschappelijke carrière ruimschoots in de weg staat.
Zijn scriptie-onderwerp, om daarop terug te komen, is "De overgang van de lagere school naar het
voortgezet onderwijs". Arme heer N. Daar kan hij zijn volharding en geweten wel op kwijt!
De pech van N. is dat er zich tegen de tijd van de afronding van zijn scriptie telkens nieuwe
ontwikkelingen voordoen, die de zaak volledig op zijn kop zetten. Dit moge blijken uit een aantal
samenvattingen van gesprekken van N. met zijn onderscheiden studieleiders.
A.: 't Ja meneer N. Ik heb grote bewondering voor de wijze waarop U alle bezwaren tegen het voorbereiden op een toelatingsexamen door middel van de z.g. toetsnaaldmethode hebt samengevat en ik vind uw pleidooi voor de zogenaamde stilleestoetsen buitengewoon knap in elkaar steken, maar eh… de subjectiviteit hè, daar gaat u eigenlijk niet op in. Er is toch een gebrek aan objectiviteit… Zou u daar nog eens naar willen kijken?
Enige jaren later.
B.: Moet je horen N. Ik vind het heus wel een aardig werkstuk hoor, 't zit tegen het B-niveau aan, maar
weet je wat het is? Wat men objectieve studietoetsen noemt heeft in feite geen barst met objectiviteit te
maken, snap je. Ja, ik heb je op dat punt wel gemist in de werkgroep… Zou je daar nog eens naar willen
kijken?
Enige jaren later.
C. (was een briljant 'punten'-student, is pas afgestudeerd, denkt: daar heb je die ouwe schoolzak weer):
Alex, oh sorry hoor, Henk, moet je horen. Wat jij zegt over die continue begeleiding is gewoon geouwehoer.
Dat heeft ons eigen experiment toch uitgewezen? We verzuipen in de papieren. Jouw eigen dossier weegt
alleen al drie kilo. Weet je niet dat we net besloten hebben van elk dossier slechts de laatste twintig
gram in behandeling te nemen? Nou, waar blijf je dan met je zogenaamde continue begeleiding? Daar wordt
iedereen toch doodziek van? Je weet, ik ben een vurig voorstander van democratisering, maar dit… Ik voel
meer voor psychologisch onderzoek en dat element mis ik bij jou. Zou je daar nog eens naar kunnen kijken?
Momenteel houdt N. een enquête onder scholieren bij het voortgezet onderwijs om erachter te komen welke
psychologische eigenschappen nodig zijn om een studie in de verschillende schooltypen van deze tak van
onderwijs zo efficiënt mogelijk af te ronden.
Heel merkwaardig is nu dat er bijna niet gesproken wordt over intelligentie. Wel worden factoren genoemd
als:
- goede vriendschappen onderhouden;
- gewiekst zijn (i.v.m. spieken);
- flexibel zijn (i.v.m. conflicten);
- een betonmentaliteit hebben;
- zwakke kanten van het cijfersysteem en leraren kunnen uitbuiten.
"Meneer," zei een oud-leerling van N., "je moet goed de hoofdzaken van de bijzaken kunnen onderscheiden en
vervolgens de bijzaken als hoofdzaken zien."
Het ziet ernaar uit dat de heer N. nog enige jaren voortkan.