Hout
Mijn vroegste herinnering aan hout gaat terug naar mijn jeugd waar ik in het gezin - vader, moeder en twee oudere broers - doorga voor een
jongetje met twee linker handen. Maar op een middag dat niemand thuis is, ben ik in het schuurtje achter in de tuin bezig een stuk vurenhout te
bewerken. Het zit geklemd in de bankschroef. Hier en daar zaag ik het in en dan vliegen de spaanders van het hout. Dat heb ik mijn vader zien doen
met een soort trekschaaf. Die middag maak ik een dolk die er zo goed uitziet dat mijn broers niet willen geloven dat ik hem gemaakt heb.
Op de
kweekschool doe ik als iedereen aan houtbewerking voor de akte J. Je leert vooral met gereedschap omgaan. Er is niets creatiefs aan. Maar ik doe het
altijd met plezier.
Tijdens de Montessori-cursus wordt er met de hele groep deelgenomen aan een creatieve week in de Volkshogeschool te Bergen
aan Zee. Op een middag gewijd aan handvaardigheid kies ik voor houtsnijden. Uit een stukje lindenhout snijd ik een kopje. Dat gaat mij goed af - of
er niets aan is (foto 1). Ik heb het nog steeds, 27-6-1952 is er aan de onderzijde
ingesneden.
Het houtsnijden pakt me zo dat ik speciaal gereedschap aanschaf en talrijke 'beeldjes' maak. Altijd van lindenhout dat ik in een
speciaalzaak in Amsterdam koop. Van al die werkstukjes heb ik er nog maar weinig over (foto 2, foto 3). De meeste geef ik weg.
Maar ik raak ook geboeid
door stukken hout die je zo maar in de natuur vindt. Dat begint tijdens een kampeervakantie in Tsecho-Slowakije. Een bizar stuk hout vol gangen en
gaten zoals je het zelf niet kunt maken (foto 4).
Later tijdens een vakantie in Bad Pyrmont in Duitsland vind ik op de plaats waar een nieuwe
bosweg is aangelegd, grillige stukken hout die uit de bergwand steken. Het zijn wortels van beuken die in de rotsen nauwelijks of helemaal niet
verder konden groeien. Ik zaag ze af, verwijder de beschermende bast en het resultaat spreekt voor zichzelf (foto 5).
Een andere interessante
vondst is een omgehakte, zieke acacia die ik aantref in een bosperceel in de Achterhoek. De takken vertonen talrijke keiharde uitstulpingen. Best
decoratief (foto 6).
In de loop der jaren neemt de verzameling toe. Voor zover de stukken niet weggegeven zijn, worden ze bewaard in dozen
achter de luiken op zolder. Weggooien is er niet bij.
De belangstelling blijft maar de activiteiten leiden een sluimerend bestaan. Het duurt
tot mijn pensionering voor ik mij bij vlagen weer intensief met houtbewerking in meer creatieve zin bezighoud. Dan ook komen de bewaarde stukken hout
van zolder en maak ik voetstukken om ze te kunnen neerzetten.
De laatste jaren verzamel ik stronken, groot en klein. Ik bewerk ze en dan is
het heel verrassend wat er uit tevoorschijn komt (foto 7). Ik noem ze wel eens mijn bosgeesten.
En een doodenkele keer doe ik nog wel eens
iets met een ordinair stukje vurenhout (foto 8, foto 9, foto 10).