Lopen
Op een prachtige najaarsdag in 1975, het is zondag 23 november, maken Maria en ik vanuit Wijk aan Zee een strandwandeling naar het noorden. Er is
geen vooropgezet doel, we lopen maar wat en voor je het weet ben je kilometers ver. We komen aan in Castricum aan Zee, de weg terug lijkt erg ver en
we besluiten binnendoor te steken naar Castricum. Daar pakken we de bus terug naar Wijk aan zee. We hebben er 14 km opzitten, voor Maria een flink
stuk.
Ik heb de smaak te pakken en de zaterdag erop zet ik 's middags de wandeling voort vanaf het punt waar we de vorige keer gebleven zijn.
Langs het strand loop ik via Egmond aan Zee naar Bergen aan Zee, 16 km. Weer met de bus terug naar de auto. Ik geniet en kom pas 's avonds laat
thuis.
Het idee van iedere keer een stuk verder lopen, spreekt me enorm aan. Het laat me niet meer los. Het is 'wandern' zonder vaststaande
bestemming. Je weet alleen welke kant je op wilt, waar je uitkomt weet je niet. En… nooit langs dezelfde weg terug. Een vise versa is er niet bij. De
beleving van de omgeving is optimaal, niets kan daar tegenop. Zelfs fietsen niet. Alles komt heel langzaam op je af en verdwijnt op dezelfde manier.
Je staat voortdurend stil om alles beter in je op te nemen. Er is geen haast, het maakt niet uit waar je aankomt.
Mijn tocht om Nederland is
begonnen. En daar blijft het niet bij. Door de jaren heen komen er allerlei andere 'wandelprojecten' bij met wie er maar mee wil. Ze overlappen
elkaar in de tijd, het hangt er maar vanaf waar je bent.
Goed beschouwd komt dat lopen niet uit de lucht vallen. Eerder al heb ik met Hedda
(12j) en Bart (8j) vijfdaagse voettochten door de Eifel gemaakt. De eerste van west naar oost (Monschau - Rijn), de tweede van noord naar zuid (Aken
- Viande).
Nóg, als de gelegenheid zich voordoet, trek ik er op uit. Ik geniet ervan, knap er van op, kan er weer een tijdje tegen.