Poëzie
In mijn jeugd krijg ik weinig met poëzie te maken. Slechts deuntjes van straatspelen spelen een rol. Pas op de ulo wordt het serieuzer, niet om
de poëzie zelf, maar omdat het opzeggen en uitleggen van een gedicht een examenonderdeel is, zelfs in de drie moderne talen. Op de kweekschool word
je er tijdens de lessen Nederlands voortdurend mee geconfronteerd. Altijd zijn er aan het begin van de les een paar kwekelingen aan de beurt om een
gedicht te declameren en dat gaat jarenlang zo door. Er komt ook enige theorie aan te pas, uit een leerboek wel te verstaan, nooit uitgaande van de
actuele gedichten. De poëzie komt niet tot leven, ook al omdat er in vier jaren les in de moderne talen geen gedicht aan te pas komt. Eigenlijk
levert het vak muziek nog de grootste bijdrage. De teksten van liedjes uit de middeleeuwen en de Valeriusliederen spreken mij aan.
In de jaren
erna komt daarin niet veel verandering. Poëzie blijft deel uitmaken van mijn leven maar op een nogal oppervlakkige manier. Dat voel ik bij het
ouder worden zeker als een gemis en na mijn pensionering maak ik er dan ook meer werk van. Simon Vestdijk met zijn De glanzende kiemcel helpt
mij goed op weg. De wijze waarop hij de poëzie introduceert en met de lezer - eigenlijk toehoorder - zoekt naar de essentie is mij op het lijf
geschreven.
Ik heb tijdens mijn werk veel columns geschreven waarbij het een uitdaging is een onderwerp kort en bondig en als een afgerond
geheel aan de orde te stellen. Bij een gedicht komt het er helemaal op aan. Je gaat iets meedelen in tien, twintig regels die je het gevoel moeten
geven 'daar staat het'. Een boeiende opgave en als daar dan nog eens metrum en rijm aan te pas komen, is het een pure uitdaging. Ik waag me er zelf
aan, bij vlagen, het gaat langzaam. Elk woord moet passen. Soms vliegen woorden en regels je aan, daar verander je zelden nog wat aan.
Ik
verzamel wat gedichten in een bundeltje waar ik weinig respons op krijg. Het blijft een puur persoonlijke bezigheid.
Later zijn er een paar
gedichten die in bredere kring de aandacht trekken en gepubliceerd worden. Dat geeft mij de moed toch weer eens een aantal gedichten bij elkaar te
zetten. Zeg maar een tweede bundel, bestemd voor wie ze lezen wil.